03-04-14

Metronomy - Love Letters

Metronomy-Love-Letters.jpg

In tegenstelling tot sommige fans houden wij er wél van als een groep nieuwe horizonten verkent en wat vernieuwing en experiment in z’n muziek smokkelt. Op voorwaarde natuurlijk dat de albums even prikkelend, spannend en goed blijven als de voorgangers. En daar schort het ‘m toch een beetje bij ‘Love Letters’, de vierde van Metronomy.

Het is geen slechte plaat, maar niettemin zijn we ietwat teleurgesteld. Nights out,  een feestelijke elektronicaplaat met meer killerhooks dan een doorsnee walvisjager, is één van onze favoriete albums van de laatste 10 jaar. Misschien lagen onze verwachtingen daarom te hoog, maar toch… Op Love Letters gaat het tempo nog wat lager dan op het loungy The English Riviera en zijn de songs gewoonweg minder catchy.

Zelfs na meer dan 10 luisterbeurten hebben we nog geen refrein die naam waardig ontdekt in ‘The Upsetter’. Van dit nummer onthouden we enkel dat songschrijver Joseph Mount wat Bowie–esque croont over een tamme beat uit een primitieve drumcomputer. De eerste keer dat we ‘I’m Aquarius’ hoorden vonden we ‘m flauw, na 5 luisterbeurten charmant en na 10 sessies waren we die “Shoop- doop- doop- aaah “ alweer kotsbeu.

Het nummer lijdt aan het euvel waaraan meerdere songs aan onderhevig zijn : ze werden opgehangen aan een zanglijn of melodie die tot in den treure wordt herhaald. Dat is te weinig om van een song met body te spreken.  ‘Month Of Sundays’ en ‘The Most Immaculate Haircut’ klinken alsof Robert Smith ze heeft geschreven…. toen hij op een blauwe maandag ijlend en misselijk te bed lag. En ‘Never Wanted’ hadden wij inderdaad liever niet op deze plaat zien staan.

Kunnen we wel blijven beluisteren : de pompende barroompiano, het euforische refrein en de vrolijkmakende jazztrompet in de fantastische titeltrack. ‘Monstrous’ begint met dartele klavecimbelklanken die daarna overgaan in een aanstekelijk riedeltje dat rechtstreeks uit zo’n oude Atari-spelconsole lijkt te komen. Het instrumentale ‘Boy Racers’ had met die Moroder-synths, spacy ‘Psyché Rock’- geluidjes en snerpende scheermachinegitaren op hun debuut kunnen staan en dat vinden wij geen slecht nieuws. Ook ‘Reservoir’ is een lentefrisse en pretentieloze popsong.

Wie denkt dat deze recensie bepaald geen liefdesbrief aan Metronomy is, heeft het mis. Wij houden nog steeds van de Britten, maar onze liefde is nu meer platonisch van aard. Hopelijk krijgen we bij de volgende plaat weer vlinders in onze buik.

 

 

 

02:00 Gepost door Portishoofd | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.