03-04-14

Sisyphus - Sisyphus

sisyphus album.jpg

Met S/S/S werd een nieuwe supergroep geboren. De drie S’en in de groepsnaam stonden voor elektrosmid Son Lux, de ons voorheen onbekende rapper Serengeti en onze favoriete singer songwriter Sufjan Stevens. Ondertussen werd de groepsnaam omgevormd tot Sisyphus en heeft de band z’n eerste, gelijknamige album uit.

Meestal produceert zo’n ‘supergroep’ teleurstellend of geforceerd aanvoelend songmateriaal. Een samenraapsel van halfbakken ideeën van de afzonderlijke groepsleden. Of de samenwerking ‘plakt’ gewoon niet. Wij denken spontaan aan de combinatie Lou Reed/Metallica of aan Superheavy, de band van o.a. Mick Jagger, Dave Stewart en Joss Stone. Ook bij Sisyphus hoor je duidelijk wat de inbreng van de verschillende leden was, maar het trio slaagt er in de afzonderlijke bijdragen op een natuurlijke wijze aan mekaar te lassen, met uitzondering van ‘Calm It Down’ (al tracht Sufjan de boel wat recht te trekken in de tweede helft van de song) en het tamme ‘Flying Ace’. Ook ‘Dishes In The Sink’ klinkt even rommelig als de titel doet vermoeden.

De rolverdeling is duidelijk. Sufjan Stevens zorgt voor de hemelse harmonieën en zijige zang. Luister naar ‘Take Me’ (Sufjan meets knisperende KID A-elektronica) of het ambient-achtige ‘I Won’t Be Afraid’ en geniet. De dwarsfluiten in ‘My Oh My’ werden schijnbaar overgebeamd uit ’s mans Illinoise. Son Lux fabriceert kale, arty hiphopbeats. In ‘I Won’t Be Afraid’ laat hij Sufjan fluisterzingen over sprookjesachtige Burial-beats. Het werkt wonderwel. En Serengeti… tja, die rapt. Meestal is het toevoegen van een rapper aan zo’n prestigieus project een poging om de hipheidsfactor op te krikken. De rijmelarij van zo’n ‘woordkunstenaar’ zorgt zelden voor een verrijking van het groepsgeluid. Maar Serengeti houdt z’n ego wat in bedwang, laat amper een ‘fuck’, ‘bitch’ of ‘ho’ vallen en stoort dus meestal niet. In ‘Booty Call’ vloeit hij zelfs heerlijk over het Wu Tang-achtige samoerai-wapengekletter van Son Lux. Even dachten we dat RZA in de producersstoel had plaatsgenomen. ‘Booty Call’ is jammer genoeg wel een flauwe, op tekstueel vlak behoorlijk doorsnee hiphoptrack.

Soms trekken de groepsleden bepaalde nummers helemaal naar zich toe, maar o.a. het aanstekelijke, swingende ‘Lion’s Share’ kan zo in de dagprogrammatie van Stubru. Een perfecte hybride van de talenten van de 3 heren. Wij mompelen dankzij deze radiohit in spe al een paar dagen : “Dance, dance with the money in your pants.”

 

Het geheel is op dit album meer dan de som van de delen, en dat is wat wij verwachten van een collaboratie van getalenteerde muzikanten uit 3 verschillende hoeken van het muzikale spectrum. Al verlangen wij nu meer dan ooit naar een reguliere Sufjan-plaat. 

02:02 Gepost door Portishoofd | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.